Jan Eltink

  • Geboren: 25 september 1946
  • Overleden: 31 maart 2016

De Dood is van alle bezoekers de meest aangekondigde en de minst verwachte. Afscheid van zijn leven nemen vond Jan niet erg. Integendeel, daar was hij zeer duidelijk over. "Ik vind het wel mooi zo.", vertrouwde hij zijn kinderen toe. Toch kwam zijn afscheid heel snel en heel onverwacht. Hij zou op 31 maart weer thuis komen uit het ziekenhuis. Alleen niet op deze manier. Wij nemen vandaag op onze beurt afscheid van Jan en kijken gezamenlijk naar zijn leven en naar de man die hij was. Jan werd geboren op 25 september 1946 in Groningen. Hij was het derde kind uit een gezin dat uiteindelijk uit tien kinderen zou bestaan. Vier jongens en zes meisjes. Toen hij klein was, was hij vaak ziek door een maagverkleining. Hij mocht daarom grote hoeveelheden appelmoes eten, wat hij heerlijk vond. Vaak stond er een tafeltennis tafel midden in de kamer en werden er vele spelletjes op gespeeld. Zijn ouderlijk huis lag in het centrum van Groningen, vlakbij waar nu het UMCG is. Het was een heerlijke plek om op te groeien. Achter het huis was veel ruimte om te spelen. Naar school ging hij zonder tegenzin en in de zomer ging het hele gezin twee weken naar Ameland, lekker op vakantie. En ook ging hij dan als het even kon naar Alphen waar zijn opa en oma woonden. Jan hield van de stad en was er ook vaak te vinden. Zodra hij oud genoeg was hielp hij marktkooplui met het opzetten van hun kraampjes en het verkopen van fruit, waar hij dan een kleinigheidje mee verdiende. Tussendoor was hij bezig met kranten lopen. Kortom, Jan had een fijne jeugd. Hij kon ook een belhamel zijn. Toen hij zonder fietsbel gesnapt werd door een agent terwijl hij naar school fietste, gaf hij rustig een valse naam en adres op. De agent had hem later door en loerde bij iedere gelegenheid op Jan. Die nam allerlei alternatieve routes naar school. Tot hij een keer niet oplette, gesnapt werd en alsnog een boete kon betalen. Na de basisschool ging hij naar de Technische school. Hij koos ervoor om timmerman te worden. Toen hij op zijn 16e klaar was met zijn opleiding is hij gaan werken in de bouw. Toen Jan 17 jaar oud was, kwam op een mooie dag zijn zus Lucy binnen met een vriendin, Paula. Ze vonden elkaar onmiddellijk erg leuk. Acht jaar zouden ze verkering hebben. Op een week na, toen Jan het had uitgemaakt. Dat omdat Jans beste vriend Kees, die met zijn zuster Lucy ging, het ook had uitgemaakt. Maar na die week kon Jan toch niet zonder Paula en Kees niet zonder Lucy en beide verkeringen waren weer aan. Natuurlijk kwam er een oproep voor de militaire dienst toen hij 18 jaar oud was. Jan kwam terecht in Assen bij de motor ordonnans. Hij haalde namelijk zijn motor rijbewijs, zodra het kon. Hij heeft in het leger zelfs nog twee weken in de cel gezeten omdat hij een conducteur een dreun had gegeven. Die deed de deur voor zijn neus dicht op het moment dat Jan zijn vriendin Paula een afscheidskus wilde geven. Hij had al eerder het een en ander uitgehaald, waardoor het twee weken brommen werd. Jan was dol op motor rijden. Toen hij nog maar net een motor had kreeg hij er een ongelukje mee en één kant van zijn motor was beschadigd. Nu wilde het toeval dat zijn ouders bij hoge uitzondering een keer uit waren, wat Jan goed uitkwam. Met een omweg bracht hij zijn motor naar de garage en zette hem neer, precies met de goede kant in het zicht. De volgende dag is hij er met zijn vriend Kees snel aan gaan sleutelen, tot ze hem weer in orde hadden. Want hij wilde voor geen prijs het risico lopen dat hij hem van zijn ouders weg zou moeten doen. Zijn laatste verjaardag thuis was bijzonder. Lucy had het voor elkaar gekregen om 144 condooms te verzamelen. De avond voor zijn verjaardag werden deze opgeblazen en alles werd ermee versierd: de bank, lampen, de bezemsteel. Ook aan zijn motor, waarna het kleed er weer overheen werd gelegd. De volgende ochtend kreeg Jan de verrassing van zijn leven, toen hij al die vrolijke ballonnen zag. Maar hij schrok zich dood toen hij het kleed van zijn motor aftrok en al die opgeblazen condooms zag. Zo kon hij Paula echt niet ophalen. Met Paula, zijn zus Lucy en zijn beste vriend Kees is hij regelmatig op vakantie gegaan naar o.a Oostenrijk. Dat waren gezellige en fijne vakanties.
Op een mooie, zonnige dag in 1971, het was 8 oktober, zijn Paula en Jan getrouwd in de Pauluskerk in Groningen. Op hun trouwdag kreeg hij 24 blikken appelmoes van opa Haak. Een verwijzing naar zijn jeugd, toen hij grote hoeveelheden appelmoes verorberde. Jan had een andere baan gekregen bij Oosterhuis in Ten Boer. Daar ging hij samen met Paula wonen. Hij werd onmiddellijk lid van de visclub Ons visje. Lekker gaan vissen vond hij heerlijk. Op 5 juni 1974 is Iwan geboren, Alex kwam op 9 september 1976 en als laatste het cadeautje voor Jan: Marjolein op 13 september 1980. Een meisje, waar hij enorm blij mee was. Jan deed alles voor zijn gezin. Voor hen was hij altijd aan het werk en aan het beunen. Zijn gezin ontbrak het dan ook aan niets. Vaak was Iwan bij zijn vader als deze aan het werk was. Het was gezellig en hij leerde er ook veel. Met Alex ging hij vaak vissen in het bosmeertje. Alex riep dan voortdurend: "Kijk pap, ik heb beet." Daar kreeg Jan een beetje genoeg van, want daar ging zijn rustige visuurtje. Hij pakte een schaar en toen Alex even niet keek knipte hij het haakje eraf. Die middag zaten ze tevreden en stil naar hun dobber te kijken. Na zijn werk haalde Jan dan vaak even een vluggertje in het café. Een lekker biertje na al het harde werk van die dag. Soms viel zo'n biertje iets verkeerd en kwam hij een tikkeltje aangeschoten uit de kroeg. Dan kon het wel eens gebeuren dat hij met fiets en al in een bosje viel. Dan kroop hij eruit en stapte weer op zijn fiets, waarvan het stuur helemaal scheef stond. Daarna stuurde hij met een boog weer het bosje in. Een beetje giechelend kwam hij dan thuis, met schrammen en takjes in zijn haar. Humor had hij wel en een feestje was ook altijd welkom. Toen Nederland Europees kampioen was geworden stond Jan blij in zijn blote borst biertjes te tappen en feest te vieren.
Jan was een echte vakman, hij was goed in wat hij deed. Bij een klant moest hij nieuwe kozijnen plaatsen. Van te voren had hij in zijn eentje snel de maten opgenomen. Toen hij bij het huis van de klant kwam keek hij nonchalant van een afstand naar de ramen en zei: "1,50 bij 1,80. Komt in orde." en ging weg. De kozijnen kwamen, werden geplaatst en pasten precies. De klant was diep onder de indruk en zei: "Die moet je hebben. Hij ziet gelijk wat de maten zijn." Het werk waar hij zo goed in was, was ook de oorzaak van een noodlottige verandering in zijn leven. Het was april 1997. Jan was bij de rotonde aan het werk en zat op het dak van een huis. Toen hij iets aan wilde pakken gleed hij uit en viel. Hier hield hij een dwarslaesie aan over. Jan was pas 50 jaar oud toen hij 9 maanden moest revalideren in Beatrixoord. Hij kwam terecht op een zaal waar alleen maar Friezen lagen. Toen het hoofd van de elfstedentocht bij een van hen op visite kwam, lag Jan in zijn bed met een T-shirt aan. Daarop stond de tekst 'Er gaat niets boven Groningen'. Hij zat niet bij de pakken neer en haalde zijn rijbewijs om mobieler te zijn. Het ongeluk had nogal wat gevolgen: Jan dronk geen druppel alcohol meer. Dit getuigde van zijn enorme wilskracht en doorzettingsvermogen. 4 jaar eerder was hij al in een keer gestopt met roken terwijl hij tot dan toe een pakje per dag rookte. Paula verzorgde hem met veel liefde en aandacht en Jan ging zo goed en kwaad als het ging door met zijn leven. Ze hielden enorm veel van elkaar. Jan bedacht allerlei technische oplossingen voor zijn handicap, zodat hij makkelijker en onafhankelijker kon functioneren. Hij monteerde zelfs een keer een Solex motortje op zijn handbike en scheurde daarmee met hoge snelheid door het dorp. Maar dat heeft hij maar een paar keer gedaan, want het ging veel te hard. Samen met hun kinderen redden ze het.
De jaren gingen voorbij voor het noodlot opnieuw toesloeg. In 2013 overleed Paula. Haar dood was een enorme klap voor Jan en eigenlijk is hij hier nooit echt meer bovenop gekomen. Hij miste haar. Ook zijn lichaam ging langzaam maar zeker achteruit. In Januari ontdekte Marjolijn een doorligplek op zijn kont. Jan moest naar het ziekenhuis waar ze zijn billen behandelden. Hij heeft twee maanden op zijn zij en rug gelegen. Een andere plek werd gevonden en ook deze werd behandeld. Jan gaf heel duidelijk aan dat als er iets gebeurde, hij niet geholpen wilde worden. Hij zei tegen zijn kinderen dat hij geen zin meer in zijn leven had. Iwan, Alex en Marjolein kenden hun vader en respecteerden zijn besluit. Het leek of alles goed genas. Op dinsdag hadden ze een gesprek met de arts van het ziekenhuis en deze gaf aan, dat Jan donderdag gewoon weer naar huis mocht. Ook de woensdag verliep redelijk goed. Niets aan Jan deed vermoeden wat er stond te gebeuren. De avond en nacht van woensdag op donderdag verliep onrustig. Jan kon zijn draai maar niet vinden. Maar nog steeds was er niets om zorgen over te hebben. De dag was aangebroken waarop Jan weer naar huis mocht. Het was elf uur toen het in één keer mis ging. Marjolein werd gebeld en die waarschuwde haar broers. Ze haastten zich naar het ziekenhuis. Ze waren gelukkig op tijd bij hem en samen met hun vader gaven ze aan dat hij niet meer geholpen wilde worden. Jan vond het mooi geweest en verlangde naar zijn rust en zijn kinderen waren moedig genoeg om dit te respecteren. Ze bleven bij hem en te midden van zijn kinderen, van wie hij heel veel hield, is Jan heel rustig en zacht weggegleden. Het was 14:00 uur en Jan was weg.
Voor ons is nu het moment aangebroken om gezamenlijk nog een keer heel bewust om te kijken naar Jan. Hij was sterk, moedig, oprecht en eerlijk. Met een groot gevoel voor droge humor. Als hij iets wilde in zijn leven, dan moest dat ook op stel en sprong gebeuren. Jan hield enorm veel van zijn vrouw Paula, het leven verloor zijn glans toen zij er niet meer was. Hij hield ook enorm veel van zijn kinderen, ze waren hem allen zeer lief. Zijn zus Lucy zei: "Wij hebben veel samen gedaan. Hij was mijn grote vriend en broer. Ik ben altijd heel erg blij met hem geweest." Iwan:
"Jouw passie en liefde voor de bouw en voor het vissen, hebben van mij de persoon gemaakt die ik nu ben daarvoor dank ik je." Iwan, Alex en Marjolein:
"Lieve papa, wij willen jou bedanken voor de mooie jaren dat jij bij ons was en wat jij hebt betekend voor onze moeder en ons, in voor- en tegenspoed. Wij houden allemaal heel erg veel van jou en wij gaan je heel erg missen." Als laatste eerbetoon is er het volgende gedicht: Als ik ga, moet je niet huilen want echt weg ben ik niet.
Mijn lichaam is nu duizend dingen, denk daaraan in je verdriet. Ik ben de wind, ik ben de regen, ik ben de zon, het jonge gras. Ik ben de sneeuw en duizend dingen, ik ben weer degene die ik was. En als je wakker wordt, bekijk dan de bomen en de blauwe lucht. Kijk naar de vlinders en de bloemen, kijk naar de vogels in hun vlucht. Want al die duizend dingen ben ik sinds ik mijn lichaam achterliet. Ik ben in alles om je heen dus zie je, écht weg ben ik niet.
Bloemen naar de uitvaartdienst
De familie wil geen gebruik maken van deze service
Bloemen naar een huisadres